Overleven of uitsterven? Nieuwe wegen voor bouw en vastgoed

26 september 2017

Op het  congres van Vastgoedjournaal gaf niemand minder dan Bernard Wientjes de aftrap. Als voorzitter van de taskgroep Bouwagenda stelde hij dat de verduurzaming nu echt op gang moet komen. De taskgroep is in het leven geroepen om de markt verder te brengen met de verduurzaming. Als metafoor gaf hij aan: ‘wij leggen de rails, zetten de wagon er op en geven hem een duw’.

Samenwerking

Een van de partijen die al volop met de verduurzaming bezig zijn is Delta Development. Owen Zachariasse gaf in zijn presentatie aan dat het niet alleen om de verduurzaming van het gebouw gaat maar dat vooral de gebruiker hierin centraal moet staan. 90% van de gebouwen wordt immers gebouwd voor gebruikers. Zijn advies is dan ook: houd hier rekening mee en luister ook naar de wensen van gebruikers. Mooie voorbeelden hiervan zijn al te bekijken op het park 20|20 in Hoofddorp waar ook het hoofdkantoor van Delta Development staat. Ook vanuit de uitvoerende tak zijn bouwbedrijven volop bezig met ontwikkelingen. Bouwbedrijf BAM gaf aan dat zij volop inzetten op een marktplaats voor vrijgekomen bouwmaterialen bij sloop en renovatie. Zij proberen nu andere bedrijven te stimuleren om aan te haken bij dit initiatief. Immers werkt dit alleen als meerdere partijen zich hierbij aansluiten. Ronald Dielwart van Dura Vermeer vertelde dat zijn bouwbedrijf duidelijk geleerd heeft van de afgelopen jaren en dat de sleutel tot succes volgens hem ligt in samenwerking. "Zowel binnen het concern als met externe partijen. Door deze ketensamenwerking worden toeleveranciers cruciaal (daar zit de kennis), krijg je concurrent enginering, gaat de kostprijs drastisch naar beneden en de kwaliteit om hoog."

Tweede leven

Een partij die het over een heel ander boeg gooit is Re-Born. Zoals de naam al suggereert geven deze twee heren de voorkeur aan een tweede leven van een gebouw. Er wordt nu veel tijd, geld en energie gestoken in het herbestemmen van materialen, maar de eerste vraag die gesteld zou moeten worden is: moet het gebouw wel gesloopt worden? Of is er een tweede leven mogelijk? Middels een aantal voorbeelden geven zij aan dat de projecten die zij onderhanden nemen ervan uitgaat dat minimaal de hoofddraagconstructie gehandhaafd blijft. Waarom iets slopen als dit nog prima te gebruiken is. Ook materialen die gesloopt (ofwel gedemonteerd) worden krijgen een tweede leven in deze projecten. Een mooi voorbeeld hiervan is een versleten houten sportvloer, zij het in delen, nu dienst doet als tafelblad. Uiteindelijk hebben ze op deze manier miljoenen euro’s op onderwijsprojecten kunnen besparen. De boodschap is dan ook duidelijk: bekijk goed wat nog bruikbaar is voordat het onder de slopershamer verdwijnt.

Demontage-experts

Tot slot was het woord aan Wim Beelen van Sloopbedrijf Beelen. Hij vertelde over wat er de afgelopen jaren was veranderd op het gebied van duurzaamheid binnen zijn bedrijf. Eigenlijk niet zo gek veel, was zijn conclusie. Niet dat het bedrijf niets met duurzaamheid had te doen, sterker nog: sinds 1997 zijn ze al volop bezig om sloopproducten opnieuw in de markt te brengen. In die tijd organiseerde hij door een advertentie in een dagblad te plaatsen voor een te slopen pand een kijkdag. Iedereen kon hier komen kopen wat hij nodig had. Van een toiletrolhouder tot gevelpanelen en van een lampje tot een kanaalplaatvloer. Deze tijden zijn wel veranderd maar de verduurzaming heeft zich verder ontwikkeld. Wat verder is veranderd is de positie van een sloper: ‘vroeger waren we een sjacheraar, tegenwoordig zijn we demontage experts’. Beelen probeert op een zo hoog mogelijk niveau de elementen te demonteren en op te slaan om deze weer bij andere projecten in te zetten. Uiteraard hangt het af van de vraag. Mocht dit niet lukken dan zal op een hoogwaardige manier grondstoffen van worden gemaakt.